E-meel? Schrijf je in voor de Heel Holland Bakt nieuwsbrief

Ontvang de laatste nieuwtjes en recepten.

Lees hier de privacyverklaring.

Terug

Surinaamse bakabana: zo maak je de knapperigste gebakken banaan

Een rijpe bakbanaan in een krokant jasje, meer heb je eigenlijk niet nodig voor een goede bakabana. Deze Surinaamse snack is super makkelijk om zelf te maken en staat binnen een uur op tafel. De banaan wordt zoet vanbinnen en het beslag eromheen lekker krokant! Nog smakelijker met Surinaamse pindasambal.

bakabana

Wist je dat bakabana helemaal vegetarisch is? Het is dus een perfecte snack als je een vegetariër bent, of vegetarisch eet tijdens een feestdag zoals Diwali! Natuurlijk kan je deze gefrituurde snack altijd maken, want zo lekker is het.

Wat is bakabana?

Bakabana betekent letterlijk gebakken banaan. Voor deze Surinaamse snack wordt geen gewone banaan gebruikt, maar een rijpe bakbanaan. Die is steviger en minder zacht dan een gewone banaan en daardoor heel geschikt om te bakken.

Let op: zorg dat je echt een rijpe bakbanaan gebruikt, hoe donkerder de schil hoe zoeter de banaan.

De bakbanaan wordt in lange plakken gesneden, door een zoet beslag gehaald en vervolgens goudbruin gefrituurd. In Suriname en Nederland wordt bakabana vaak gegeten met pindasambal, een pittige pindasaus die voor een heerlijke tegenstelling zorgt, maar het is ook heel lekker met een beetje poedersuiker.

Waar komt bakabana vandaan?

Bakabana is een bekend onderdeel van de Surinaamse keuken, maar het gerecht heeft een duidelijke link met de Javaanse keuken. Javaanse contractarbeiders brachten verschillende eetgewoonten en gerechten mee naar Suriname. Bakabana wordt dan ook vaak gezien als de Surinaamse variant van “pisang goreng”, de Indonesische gebakken banaan.

In Nederland kom je bakabana vooral tegen bij Surinaamse restaurants en op plekken waar Surinaams streetfood wordt verkocht. Het leuke aan het gerecht is dat je helemaal geen lange ingrediëntenlijst nodig hebt. Met een paar simpele ingrediënten maak je in korte tijd iets dat ontzettend veel smaak heeft.

Ingrediënten

  • 2 grote, rijpe bakbananen
  • 150 gram zelfrijzend bakmeel
  • 2 eetlepels fijne kristalsuiker
  • 1 theelepel zout
  • 230 milliliter bruisend water
  • Zonnebloemolie, om in te frituren

Voor erbij

  • Pindasambal of pindasaus
  • Eventueel wat poedersuiker

Zo maak je bakabana

  • Pel de bakbananen en snijd ze in de lengte doormidden. Doe dit een aantal keer zodat je meerdere bakbanaan schijfjes hebt.
  • Zijn je bakbananen erg groot? Dan kun je de stukken ook nog een keer halveren.
  • Doe het zelfrijzend bakmeel, de suiker en het zout in een kom.
  • Schenk het bruisende water er beetje bij beetje bij en roer met een garde tot een glad beslag.
  • Het beslag moet ongeveer de dikte hebben van een pannenkoekenbeslag. Het moet aan de bakbanaan blijven hangen. Is het beslag te dik? Voeg dan een klein scheutje bruiswater toe.
  • Verhit een flinke laag zonnebloemolie in een diepe koekenpan, tot ongeveer 175 graden. Heb je geen keukenthermometer? Laat dan een klein druppeltje beslag in de olie vallen. Als het direct begint te bruisen en naar boven komt, is de olie heet genoeg.
  • Haal ieder stuk bakbanaan door het beslag. Zorg dat de banaan rondom bedekt is. Laat het overtollige beslag even terug in de kom lopen.
  • Laat de stukken voorzichtig in de hete olie zakken. Bak ze in porties, zodat de pan niet te vol wordt.
  • Frituur de bakabana in 3 tot 5 minuten goudbruin en krokant. Draai ze halverwege om, zodat beide kanten mooi kleuren. Wordt het beslag heel snel donker? Zet het vuur dan iets lager.
  • Schep de bakabana met een schuimspaan uit de olie en laat ze uitlekken op een bord met keukenpapier.
  • Serveer de bakabana meteen, zolang het jasje nog lekker krokant is.

Zin in een andere zoete snack? Maak je eigen Surinaamse bojo, een heerlijke cassavecake! Het fijne? Het is glutenvrij en vegetarisch!
Bojo maken

Reageren

Je kunt op dit moment niet reageren.