Zwarte bessen in een taart geven niet alleen een mooie kleur, maar ook een heerlijke smaak! Zo vindt Janny de vulling met de zwarte bessen erg lekker! Dat past echt bij de taart zegt ze. Daarnaast zijn de lagen goed verdeeld en is de biscuit licht van structuur.
Benodigdheden
- Staande mixer met toebehoren
- Acetaatfolie
- Staafmixer
- Bakring van 20 cm doorsnede en 10 cm hoog
- Bakring van 16 cm doorsnede en 10 cm hoog
- Spuitzak
- Rond spuitmondje van 10 of 12 mm
- Foodprocessor
- Zeef
Biscuit
- Verwarm de oven voor op 160 graden, boven- en onderwarmte.
- Bereid ondertussen de bakvormen van 20 centimeter en 16 centimeter voor door de bodem met bakpapier te bekleden.
- Doe de eiwitten samen met een snufje zout in de kom van een keukenmachine.
- Klop de eiwitten luchtig en voeg tijdens het kloppen beetje bij beetje de kristalsuiker toe.
- Blijf kloppen totdat het eiwit stevig is en mooi glanst.
- Klop de eierdooiers in een aparte kom los. Voeg de losgeklopte eierdooiers vervolgens toe aan het stijve eiwit en spatel ze er voorzichtig doorheen, zodat het mengsel zo luchtig mogelijk blijft.
- Zeef de tarwebloem en de maïzena boven het eimengsel.
- Spatel de droge ingrediënten voorzichtig door het mengsel totdat er een egaal beslag ontstaat.
- Verdeel het beslag over twee kommen. Meng door één deel van het beslag de zwarte bessen en zorg ervoor dat deze gelijkmatig worden verdeeld.
- Giet het beslag zonder zwarte bessen in de bakvorm van 20 centimeter doorsnede. Verdeel het beslag met de zwarte bessen over de kleinere bakvorm van 16 centimeter doorsnede.
- Plaats beide bakvormen in de voorverwarmde oven en bak de biscuits ongeveer 30 minuten.
- Haal de biscuits uit de oven en laat ze volledig afkoelen voordat je ze uit de bakvormen haalt en verder verwerkt.
Amandelkoekjes
- Verwarm de oven voor op 200 graden, boven- en onderwarmte.
- Bekleed een bakplaat met bakpapier.
- Doe het amandelmeel, de poedersuiker, het amandelextract en een snufje zout in een mengkom. Meng alle ingrediënten goed door elkaar.
- Voeg vervolgens de eiwitten toe en meng het geheel tot een samenhangend deeg. Wanneer het deeg te droog of te stevig is, kun je een klein beetje water toevoegen om het soepeler te maken.
- Doe het deeg in een spuitzak met een rond spuitmondje.
- Spuit kleine dopjes op de met bakpapier beklede bakplaat.
- Leg eventueel een extra vel bakpapier onder de koekjes om te voorkomen dat de onderkant tijdens het bakken te donker wordt of verbrandt.
- Plaats de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak de amandelkoekjes ongeveer 13 minuten, totdat ze gaar en licht goudbruin zijn.
- Haal de koekjes uit de oven en laat ze volledig afkoelen. Bewaar op een droge plaats totdat je ze nodig hebt voor de decoratie van de taart.
Trempeerlikeur
- Doe 50 milliliter water en de kristalsuiker samen in een steelpan en breng het mengsel al roerend aan de kook.
- Laat het suikerwater ongeveer één minuut koken, zodat de suiker volledig oplost en er een heldere suikersiroop ontstaat.
- Haal de pan van het vuur en voeg naar smaak zwarte bessenlikeur of zwarte bessensap toe. Roer het geheel goed door, zodat de smaken zich gelijkmatig verdelen.
- Laat de trempeerlikeur volledig afkoelen voordat je deze gebruikt om de biscuitlagen te bevochtigen.
Banketbakkersroom
- Snijd het vanillestokje in de lengte open en schraap met een mesje het vanillemerg eruit.
- Doe de melk samen met het vanillemerg en het lege vanillestokje in een steelpan en breng het geheel langzaam aan de kook.
- Doe ondertussen de eierdooiers, de kristalsuiker en de maïzena in een aparte mengkom. Klop de ingrediënten goed door elkaar totdat er een glad mengsel zonder klontjes ontstaat.
- Haal het vanillestokje uit de warme melk.
- Giet vervolgens een klein beetje van de warme melk bij het eidooiermengsel en roer dit direct goed door. Hierdoor kunnen de eierdooiers geleidelijk aan de temperatuur wennen en wordt voorkomen dat ze gaan stollen.
- Giet het eidooiermengsel vervolgens terug in de pan bij de overige warme melk.
- Verwarm het geheel op middelhoog vuur en blijf voortdurend roeren met een garde.
- Laat de banketbakkersroom één tot twee minuten zachtjes doorkoken, totdat deze voldoende is ingedikt en een gladde, romige structuur heeft gekregen.
- Haal de pan van het vuur en voeg de ongezouten roomboter toe. Roer de boter door de warme banketbakkersroom totdat deze volledig is gesmolten en opgenomen.
- Giet de banketbakkersroom in een platte schaal en dek de room direct op het oppervlak af met vershoudfolie. Hierdoor wordt voorkomen dat er tijdens het afkoelen een vel ontstaat.
- Laat de banketbakkersroom afkoelen en zet deze vervolgens in de koelkast totdat je de room nodig hebt voor de vulling en de botercrème.
Botercrème
- Doe de boter samen met de basterdsuiker in de kom van een keukenmachine.
- Klop de boter en de suiker ongeveer 10 minuten, totdat er een luchtig en romig mengsel ontstaat.
- Roer de afgekoelde banketbakkersroom eerst kort glad.
- Voeg vervolgens de banketbakkersroom lepel voor lepel toe aan het botermengsel. Blijf ondertussen kloppen, zodat de banketbakkersroom goed wordt opgenomen.
- Klop het geheel verder totdat er een gladde, luchtige en gelijkmatige botercrème ontstaat.
- Bewaar de botercrème in de koelkast totdat je deze nodig hebt voor het opbouwen en afwerken van de taart.
- Laat de crème voor gebruik eventueel iets zachter worden, zodat deze gemakkelijk te verwerken is.
Perenmousse
- Schil vier conferenceperen, verwijder de klokhuizen en snijd de peren in kleine stukken.
- Doe de stukken peer in een pan met een klein scheutje water en verwarm ze totdat ze zacht zijn geworden.
- Pureer de gekookte peren vervolgens met een staafmixer tot een gladde en egale perenpuree.
- Weeg 240 gram van de zelfgemaakte perenpuree af. Deze hoeveelheid wordt gebruikt voor de perenmousse. Eventueel overgebleven perenpuree kan apart worden bewaard.
- Week de zes blaadjes gelatine in een kom met koud water totdat ze zacht zijn geworden. Knijp de gelatine vervolgens goed uit.
- Verwarm de afgewogen perenpuree indien nodig opnieuw, zodat deze warm genoeg is om de gelatine op te lossen.
- Voeg de uitgeknepen gelatine toe en roer goed door totdat deze volledig is opgelost.
- Voeg de kristalsuiker toe aan de warme perenpuree en roer totdat de suiker is opgelost.
- Meng de volle yoghurt door de puree, zodat er een glad en gelijkmatig mengsel ontstaat.
- Laat het perenmengsel afkoelen totdat het niet meer warm is, maar nog wel vloeibaar genoeg is om met de slagroom te mengen.
- Doe ondertussen de slagroom in een aparte mengkom en klop deze lobbig. De slagroom moet luchtig zijn en een zachte structuur hebben, maar mag nog niet volledig stijf zijn.
- Voeg eerst een klein gedeelte van de lobbig geklopte slagroom toe aan het afgekoelde perenmengsel en spatel dit voorzichtig door elkaar.
- Voeg vervolgens de rest van de slagroom in gedeelten toe en spatel deze rustig door het mengsel. Zorg ervoor dat de mousse zo luchtig mogelijk blijft.
Topper van zwarte bessen
- Doe de zwarte bessen samen met suiker naar smaak in een steelpan. Verwarm het mengsel op middelhoog vuur en roer regelmatig door.
- Laat de zwarte bessen zachtjes koken totdat ze zacht worden en hun sap vrijgeven. Hierdoor ontstaat een fruitige bessencompote.
- Week ondertussen de twee blaadjes gelatine in een kom met koud water totdat ze zacht zijn geworden.
- Haal de pan met de zwarte bessen van het vuur. Knijp de geweekte gelatineblaadjes goed uit en voeg ze toe aan het warme bessenmengsel.
- Roer het mengsel zorgvuldig door totdat de gelatine volledig is opgelost en gelijkmatig door de compote is verdeeld.
- Laat de zwarte bessencompote afkoelen totdat deze voldoende is afgekoeld om als topping te gebruiken, maar nog wel gemakkelijk verdeeld kan worden.
- Bewaar de compote in de koelkast totdat je deze nodig hebt voor de afwerking van de taart.
Opbouw biscuittaart met zwarte bessen, perenmousse en amandelkoekjes
- Snijd beide biscuits horizontaal in twee gelijke lagen.
- Leg de biscuitlagen op een schoon werkoppervlak en besprenkel ze gelijkmatig met de afgekoelde trempeerlikeur. Zorg ervoor dat de biscuits voldoende worden bevochtigd, zonder dat ze te nat worden.
- Begin met het opbouwen van de kleinere taart met zwarte bessen.
- Plaats de bakring van 16 centimeter op een vlakke ondergrond en bekleed de binnenkant met acetaatfolie.
- Leg de eerste biscuitlaag met zwarte bessen op de bodem van de bakring.
- Doe een gedeelte van de banketbakkersroom in een spuitzak en spuit langs de buitenrand van de biscuit een gelijkmatige rand. Deze rand zorgt ervoor dat de perenmousse op zijn plaats blijft.
- Vul de ruimte binnen de rand van banketbakkersroom met een laag perenmousse. Verdeel de mousse gelijkmatig en strijk de bovenkant glad.
- Leg vervolgens de tweede biscuitlaag met zwarte bessen voorzichtig boven op de vulling en druk deze licht aan, zodat de lagen goed op elkaar aansluiten.
- Zet de kleinere taart in de koelkast en laat deze voldoende opstijven. Haal de taart daarna voorzichtig uit de bakring en verwijder de acetaatfolie.
- Bestrijk de zijkanten van de kleine taart met een gelijkmatige laag botercrème. Strijk de botercrème zo glad mogelijk af en zet de taart opnieuw in de koelkast, zodat de crème stevig kan worden.
- Begin met het opbouwen van de grotere taart.
- Plaats de bakring van 20 centimeter op een vlakke ondergrond en bekleed de binnenkant met acetaatfolie.
- Leg de eerste grote biscuitlaag op de bodem van de bakring.
- Spuit langs de buitenrand van de biscuit een rand van de overgebleven banketbakkersroom en vul het midden met een laag perenmousse.
- Verdeel de mousse gelijkmatig over de biscuit en strijk deze glad.
- Leg de tweede grote biscuitlaag voorzichtig op de mousse en druk deze licht aan.
- Werk de bovenkant af met een dunne laag perenmousse en strijk het geheel zo glad mogelijk.
- Plaats de grotere taart in de koelkast en laat deze voldoende opstijven, zodat de verschillende lagen stevig worden en de taart zijn vorm behoudt.
- Haal de grote taart voorzichtig uit de bakring zodra deze volledig is opgesteven.
- Verwijder de acetaatfolie en werk de buitenkant indien nodig netjes af.
- Plaats de kleinere taart met zwarte bessen voorzichtig boven op de grotere taart.
- Bekleed de buitenkant van de taart met de afgekoelde amandelkoekjes. Plaats de koekjes naast elkaar, zodat ze samen het uiterlijk van een stenen dijk vormen.
- Beschilder de amandelkoekjes met de gewenste eetbare kleurstoffen in blauw, rood, wit, zwart en zilver.
- Werk de verschillende koekjes zorgvuldig af, zodat de structuur en de kleuren van de dijk goed zichtbaar worden.
- Verdeel de afgekoelde zwarte bessencompote over de bovenkant van de taart. Zorg ervoor dat de compote gelijkmatig wordt aangebracht en mooi aansluit bij de overige decoraties.
- Plaats eventueel tot slot een banner met het tafereel van Zoutelande op of bij de taart. Zorg ervoor dat de banner stevig staat en het geheel een verzorgde uitstraling geeft.
- Zet de volledig afgewerkte taart in de koelkast totdat deze wordt geserveerd.
- Haal de taart kort voor het serveren uit de koelkast, zodat de smaken en de verschillende structuren goed tot hun recht komen.
Reageren
Je kunt op dit moment niet reageren.